Voor wie geldt de administratieplicht (2:10 BW)?

Het bestuur van een besloten vennootschap (bv) heeft een administratieplicht, een bewaarplicht en een balansplicht (art. 2:10 BW).  Ook als de financiele taken binnen het bestuur zijn gedelegeerd aan een bestuurder is het bestuur collectief aansprakelijk. Het vormt immers de wettelijke taak van het gehele bestuur (art. 2:239 BW).

Wat valt onder de administratieplicht (2:10 BW)?

Te allen tijde inzicht in de rechten en verplichtingen? Uit de rechtspraak volgt dat aan deze plicht is voldaan indien de boekhouding van een zodanig niveau is dat men snel inzicht kan krijgen in de debiteuren- en crediteurenpositie op enig moment.  Ook moet een redelijk inzicht gegeven worden in de vermogenspositie (waaronder de liquiditeitspositie).

Welke basisgegevens?  De volgende zaken gelden als basisgegevens van een administratie (2:10 BW): het grootboek; de voorraadadministratie; de debiteurenadministratie; de crediteurenadministratie; de inkoopadministratie; de verkoopadministratie en de loonadministratie.

Aard en omvang activiteiten? Tevens dient gekeken te worden naar de aard van de activiteiten van de onderneming en de omvang van de activiteiten om te bepalen wat een adequate bedrijfsrapportage is.

Bestuursbesluiten en aandeelhoudersbesluiten vastleggen? Verder zal een bv over een juiste verslaggeving van besluiten moeten beschikken.

Waarom is het belangrijk?

Aansprakelijkheid in geval van faillissement

In het geval dat de bv failliet zou gaan kan de curator op grond van artikel 2:248 lid 1 BW bestuurders van de failliet hoofdelijk aansprakelijk houden voor het tekort in de boedel (art. 2:11 BW). Daarvoor is het nodig dat het bestuur in de laatste drie jaar voorafgaand aan het faillissement zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak vormt van het faillissement. In gevallen waarin de administratieplicht (art. 2:10 BW) of de publicatieplicht (art. 2:394 BW) is geschonden, is sprake van een wettelijk onweerlegbaar vermoeden dat er sprake is geweest van een kennelijk onbehoorlijk bestuur. Verder is nodig dat dit kennelijk onbehoorlijke bestuur een belangrijke oorzaak heeft gevormd van het faillissement. Dit laatste is wel weerlegbaar.

Onbehoorlijk bestuur

Het niet-naleven van de plichten vermeld in artikel 2:10 BW kan onbehoorlijk bestuur opleveren in de zin van artikel 2:9 BW en men kan schadeplichtig worden, tenzij hem geen ernstig verwijt kan worden gemaakt (2:9 BW lid 2).

In een enquêteprocedure kan het niet behoorlijk naleven van de bestuurstaken een gegronde reden opleveren om te twijfelen aan een juist beleid of leiden tot het vaststellen van wanbeleid.

Wanneer een advocaat raadplegen?

Als bestuurder van een bv is het belangrijk dat u de risico’s in kaart laat brengen om zo de gevolgen van aansprakelijkheid te voorkomen of te beperken. Dat geldt zeker als de verhoudingen verstoord zijn en in crisissituaties zoals bij financiële problemen.

Met de combinatie van gespecialiseerde juridische kennis, ervaring en vindingrijkheid wordt uw situatie in kaart gebracht om uw aansprakelijkheid te voorkomen of te beperken.

Kwaliteit = oplossingsgerichtheid

Doelgerichte dienstverlening tegen een scherp tarief.

Plaats een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Relevante artikels